Magazine | Geen enkele ondersteuning als de kinderen er zijn

Geen enkele ondersteuning als de kinderen er zijn

Adoptieouders Geke en Ronald Rouffaer
Ouders van Marckus (16) en Julie (12)
Beroep: beleidsaviseur jeugd en taxichauffeur
Leeftijd: 49 en 57 jaar
Woonplaats: Assen

In 2002 hebben wij, nadat wij ongewild kinderloos bleven, besloten te gaan adopteren. Gelukkig gaat dat niet zomaar in Nederland. We volgden de voorlichtingscursus en hebben deze als informatief en waardevol ervaren.
In 2004 kregen wij onze beginseltoestemming, in januari 2010 werden wij de ouders van Marckus en Julie. Vanwege de aardbeving op Haïti konden wij hen niet op gaan halen. De overdracht was in Brussel, waar zij met een Belgische hulpvlucht naartoe waren gebracht.

En toen waren we ineens ouders van twee kinderen. Marckus was zeven, Julie drieënhalf jaar oud. De eerste tijd verliep probleemloos. Na anderhalf jaar kwamen de eerste moeilijkheden. De kinderen begonnen probleemgedrag te vertonen, de school trok aan de bel. Geleidelijk ging het van kwaad tot erger. We dachten niet meteen: we moeten hulp inschakelen. We waren immers voorbereid dat het niet vlekkeloos zou verlopen. We zochten pas hulp toen de situatie was geëscaleerd. Waarbij er in ons gezin dingen zijn gebeurd waar we echt niet trots op zijn.
We trokken aan de bel bij Stichting Adoptievoorzieningen en kregen Video-interactiebegeleiding (VIB). Degene die dat deed, raadde ons aan meer professionele hulp te zoeken. Gelukkig hebben wij goede hulp gevonden. We zijn daarbij door een diep dal gegaan en het heeft veel moeite en tijd gekost. Onze kinderen hebben heel wat meegemaakt en wij hebben echt moeten leren om hiermee om te gaan.
Het rare is dat je een heel proces en onderzoek ondergaat voordat je mag adopteren (en begrijp ons goed, dat vinden we terecht) maar er is geen enkele proactieve ondersteuning als de kinderen er eenmaal zijn.
Hadden we, toen de problemen in ons gezin begonnen, maar geweten wat we nu weten. Dan hadden we veel eerder professionele hulp gezocht en was de situatie niet zo geëscaleerd. Was er maar een ‘consultatiebureau’ voor adoptieouders waar je – net als met een biologisch kind – bijvoorbeeld tijdens de eerste twee jaar na aankomst als ouders eens in de zoveel tijd naartoe gaat.
Wij pleiten er sterk voor om proactief deskundige nazorg te verlenen aan adoptieouders. Voorbereiding op adoptie is belangrijk, maar ondersteuning in de eerste jaren van de (eerste) adoptie vinden wij nog veel belangrijker. Dat kost natuurlijk geld, dat beseffen wij. Maar deze preventieve ondersteuning kan ook geld besparen, doordat problemen eerder erkend worden en dan met minder intensieve ondersteuning kunnen worden opgelost. En met moderne middelen als bijvoorbeeld videobellen, kan dat ook prima op afstand.
Met proactieve en preventieve nazorg krijgen adoptiekinderen en -ouders een goede start in het nieuwe gezin dat zij vormen. Dat is heel normaal als ouders een ‘gewoon’ kind krijgen en dat zou het naar onze mening ook moeten zijn als het gaat om adoptiekinderen.

Bron: Nazorg adoptie wettelijk regelen. Brieven van ervaringsdeskundigen aan de Minister. Stichting Adoptie-nazorg